De zaterdagavond moet nog beginnen en ik ben al moe. Gauw een dutje op het heilige gras. En hup, daar gaan we weer. Tijd voor actie. Ik haal het programmaboekje uit mijn tas. Vorig jaar vergat ik ‘m telkens mee te nemen maar inmiddels ben ik een slimme meid. Dit papieren kompas wijkt geen moment van mijn zijde. Heb er zojuist zelfs de Bravotent mee aangewezen. Ja, ik ben een aanwinst voor de mensheid.
Potvolkoffie, ik ben iedereen kwijt. Al dolend word ik aangesproken door twee goedlachse heren. Of ik het ook zo naar mijn zin heb. “Zekers. Jullie?” Het gesprek komt al gauw op Frans Bauer. Die schijnt in het echt helemaal niet zo aardig te zijn. “Dat weet ik, dat weet ik”, roep ik euforisch. “Een vriend van me heeft ooit met Frans op kantoor gezeten om zijn financiën te regelen.” Ik word aangekeken alsof men Snoop Dogg een heuse winterpeen ziet eten. “Ik zat ook bij dat gesprek”, zegt er eentje droog. “Echt? Whaaah!” We highfiven als oude vrienden.
Het is inmiddels ’s nachts na vieren. Met een paar hangijzers loop ik richting uitgang. En daar gaat het mis. Ik hoor het mezelf nog zeggen. “Ahhh… zullen we nog even naar de 24-uurstent gaan? Ben ik nog nooit geweest.” De lichtelijke middagdut blijkt een gouden greep want van vermoeidheid is geen sprake. Ik heb het reuze naar mijn zin in dit gezellige onderkomen en kijk - hihi - daar loopt de aanwijsstokkenman. Met Bas en Rolf begin ik een spreekwoordenbattle want als ik die twee zie heb ik al gegeten en gedronken. Er wordt besloten op huis aan te gaan. Van mij hoeft dat nog niet. Buiten schrik ik me het leplazarus. Het is keilicht! “MORGENSTOND HEEFT GOUD IN DE MOND” lallen mijn maten in koor. Ik probeer het tweetal stil te krijgen maar barst in lachen uit als er weer een gezegde over het campingterrein schalt. De weg naar onze tenten is lang maar was nog nooit zo leuk. Hikkend van het lachen komen we aan op onze stek. Iedereen slaapt. Of anders gezegd: iedereen is inmiddels wakker geworden van deze luidruchtige branieschoppers. Ik hoor her en der gegrinnik. Bas roept “BLAFFENDE HONDEN!!” Drie tentjes antwoorden “BIJTEN NIET!” Mijn lachspieren maken overuren.
Tijd om te nokken. Om half zeven trek ik de tentrits dicht maar twee uur later ben ik weer present. Ik kan nog steeds de hele wereld aan en ben zo hyper als een duizendpoot met nieuwe schoenen. “Kom, we gaan.” Ik word voor gek verklaard. Na een paar uur begrijp ik dat. Ik. Ben. Kapot. Maar hee… ik hou me sterk want deze meid stond gisteren wel mooi in de 24-uurstent. Yeah, de Arctic Monkeys. Ik gooi mijn levensloze armen in de lucht en zucht. Nog nooit zo’n moeizame zondag gehad. Als Alex Turner zijn tweede nummer inzet komen de tranen. Niet van ontroering maar van pure zelfoverschatting, uitputting en koorts. Doodgaan in de Alpha. Mooi man.